'Zelfdoding hoogst op het platteland', bloklettert De Standaard. Niet de anonieme, drukke grootsteden, maar het rustige en dunbevolkte platteland met een groter sociaal isolement vormen een voedingsbodem voor zelfdoding. Vooral eenzame bejaarden lopen een verhoogd zelfdodingsrisico. Toeval wil dat het Rijkhovense dorpsrestaurant dat ik vandaag bezoek een oplossing wil bieden voor de problemen waarmee kleine geïsoleerde dorpen kampen: mensen opnieuw samenbrengen, vooral de meest kwetsbare bewoners die geïsoleerd dreigen te raken. Een beproefd concept dat al jaren met succes wordt toegepast in de overige Bilzense deelgemeenten en in de buurgemeenten Riemst en Hoeselt.
Vrijwilligers op post
Om half 11 staat een team van negen vrijwilligers op post in het Rijkhovense parochiecentrum. Ze kennen elkaar van bij de KVLV, OKRA… en komen er wel vaker naar activiteiten. Het zijn vooral 50- en 60-plussers. Gertrude blijkt met haar 80 lentes de nestor van de groep: “Ik ben bestuurslid bij de KVLV en de gepensioneerdenbond. Ik verkoop al 40 jaar lotjes op de activiteiten van die verenigingen. Ook bij koffietafels help ik vaak. Vrijwillig helpen, dat zit er bij mij gewoon in.”
De vrijwilligers zijn zo enthousiast dat ze er meteen willen invliegen. Het parochiezaaltje oogt nogal somber. “Als we de tafels schuin zetten, ziet het er veel feestelijker uit”, klinkt het. Fatima van Stad Bilzen heeft inkopen gedaan: vrolijke frisgroene tafellakens, kleurrijke servetten, fleurige bloempotjes... Opbouwwerker Karel stelt voor om eerst rond de tafel te gaan zitten voor een woordje uitleg en een taakverdeling. “Voor het eerste Rijkhovense dorpsrestaurant worden 60 gasten verwacht”, begint hij. Verbazing alom: “Chapeau”, “Amai”, “Dat voor Rijkhoven”…
Zonder haast en spoed
Na de bespreking geeft de klok al kwart na 11 aan. Ik lijk de enige te zijn die zich een beetje zorgen begint te maken: over 45 minuten verwachten 60 gasten een driegangenmenu en de zaal staat nog niet eens klaar. Zowel Karel als Fatima drukken de vrijwilligers echter op het hart dat het ‘op het gemak’ mag. “We willen dat het dorpsrestaurant gemoedelijk en ontspannen verloopt. Daarom stellen we de vrijwilligers vaak gerust. We willen niet dat ze er gestresseerd bij lopen. Daar heeft niemand iets aan, noch de vrijwilligers noch de gasten”, legt Fatima me uit. Toch maken de vrijwilligers er in een mum van tijd een gezellige ruimte van.
Ook in de keuken vlotten de voorbereidingen. De maaltijden worden weliswaar door een traiteur geleverd, toch moet er ook hier heel wat gebeuren: de frieten voorbakken, peper- en zoutvaatjes vullen, suiker en mayonaise in kommetjes scheppen... In de koffiecorner prijken fairtradeproducten. “Dat is een bewuste keuze”, vertelt Fatima, “De Stad Bilzen is al enkele jaren een fairtradegemeente en wil dat doortrekken naar de initiatieven die ze ondersteunt.”
Persoonlijke ontvangst
Om 12u staat alles en iedereen paraat. De eerste gast blijkt de trouwste bezoeker van de Bilzense dorpsrestaurants te zijn. Elke dag trekt de weduwnaar naar een ander dorpsrestaurant voor een gezond middagmaal en wat gezelschap. Ook de oudste deelnemer is al snel present: een kranige 90-jarige dame. Toch zijn het niet allemaal gepensioneerden, hier en daar zijn ook kinderen en kleinkinderen meegekomen. Zelfs de burgemeester komt voor de gelegenheid lunchen. Aan de onthaal noteert een vrijwilliger nauwgezet wie binnenkomt. Iedereen wordt persoonlijk welkom geheten. Dit is duidelijk geen anoniem gebeuren. De dorpsrestaurants willen de meest kwetsbare dorpsbewoners bereiken en dan moet je natuurlijk weten wie aanwezig is.
Smakelijk eten
Na een welkomstwoordje van Karel is het tijd voor het voorgerecht. Vier trotse dames getooid in een herkenbare dorpsrestaurant-schort, scheppen komkommersoep uit. In de keuken is het inmiddels alle hens aan dek: het hoofdgerecht, Koninginnehapje met frietjes en een slaatje, moet mooi gepresenteerd worden. Je merkt dat Fatima heel wat horeca-ervaring heeft,want ze leidt het allemaal in goede banen: “Let erop dat je mooie borden doorgeeft. Geen vlekken op de randen.”
Vrijwilliger Jean helpt ondertussen in de bar. Er staat water op tafel, maar wie wil kan voor 1 euro een glaasje frisdrank of fruitsap krijgen. Jean was er 40 jaar geleden bij toen de zaal gebouwd werd. Nu zit hij in het zaalcomité dat de zaal gratis ter beschikking stelt: “Naar het dorpsrestaurant komen zoveel gepensioneerden. Zij hebben het sowieso al niet breed.”
Inmiddels vangen de vrijwilligers de eerste positieve reacties op: “Heel lekker”, “Komkommersoep, hmm, dat kende ik nog niet.”, “Voor die prijs kan je zelf geen eten maken”… “Ik kook nooit voor mij alleen”, bekent zelfs iemand. De vrijwilligers trekken er zich aan op, want het moeilijkste karwei moet nog komen: de afwas!
Eindelijk zelf aan tafel
Half 2 is het als de vrijwilligers eindelijk zelf tijd hebben om te eten. Ook ik schuif met Karel en Fatima mee aan tafel. We blikken allemaal even terug op het eerste Rijkhovense dorpsrestaurant: wat ging goed en wat kan beter? Iedereen is vol lof, maar na een tijdje klinkt er toch een verzuchting: “Kunnen de mensen niet op tijd komen? 12u is 12u.”’s Woensdags is er namelijk markt in Bilzen-centrum,waardoor er om kwart voor 1 nog mensen aankwamen. Niet gemakkelijk voor de keuken en de bediening. Samen denken ze na over mogelijke oplossingen: de mensen vragen om op tijd te komen, een aparte tafel voor marktgangers voorzien…
Om half 4 is de hele zaal eindelijk opgeruimd. Alle vrijwilligers zijn het erover eens: over 2 weken staan ze terug paraat!
Enkele dagen later lees ik een ander bericht in de krant: “Limburg heeft het laagste zelfdodingscijfer”. Zouden de dorpsrestaurants er voor iets tussen zitten? Feit is dat de dorpsrestaurants kwetsbare mensen samenbrengen, activeren en versterken.
achtergestelde buurten
Kleurrijk palet van verhalen
Reacties op het boek
bestelformulier
|